Publicatie artikel van advocaat Femke de Reus over een verborgen gebrek bij een paard!

Aangekocht paard voldoet niet: Naar de rechter!

Bart is op zoek naar een sportpaard voor zijn dochter. Via via komt hij in contact met Emma. Zij heeft een van haar sportpaarden te koop staan. Dit paard heeft zij nog maar twee weken op stal staan. Bart brengt samen met zijn dochter een bezoek aan Emma om het paard te bezichtigen.

Femke de Reus

De dochter van Bart vormt een leuke combinatie met het paard en is erg enthousiast. Bart en Emma komen een prijs overeen van € 5.000,--. De levering en betaling van het paard zullen plaatsvinden na de klinische keuring, onder het voorbehoud dat het paard zal worden goedgekeurd.

Het paard wordt op 11 september 2007 klinisch goedgekeurd door een dierenarts en vervolgens op 13 september 2007 bij de door Bart aangewezen pensionstal afgeleverd. 
Op 14 september 2007 zet de pensionhouder het paard in de wei en ziet dat het paard kreupel loopt. De dierenarts voert op 18 september 2007 een aantal buigproeven uit die positief zijn en stelt vast dat het klinische beeld onacceptabel is. 
Bart stuurt Emma een e-mail waarin hij verwijst naar de conclusie van de dierenarts en geeft aan dat het paard niet aan de verwachtingen voldoet en dat de koopovereenkomst daarom wordt ontbonden.

Op 18 september 2007 wordt het bloed van het paard positief bevonden op Phenyl Butazone (een middel dat o.a. bij hoefbevangenheid wordt gegeven). Op 20 september 2007 worden röntgenfoto's gemaakt, waaruit blijkt dat in een straalbeen een kolfvormig kanaal aanwezig is. Op 30 oktober 2007 heeft er wederom een klinisch onderzoek plaatsgevonden waarbij het paard positief op de buigproef reageerde. De dierenarts komt tot de conclusie dat het paard ongeschikt is voor het gebruiksdoel (sport).

In 2008 wordt het paard door dierenarts B en C onderzocht. De dierenartsen concluderen dat de kreupelheid na verdoving van het been met 98% verbetert en dat uit röntgenfoto's blijkt dat in het straalbeen een kolfvormig kanaal aanwezig is. Zij verklaren dat de aandoening al voor de koop aanwezig was.

Bart en Emma komen niet tot een oplossing, waarna Bart een advocaat heeft ingeschakeld.

Vorige maand werd in deel 1 een casus besproken waarin de koper in een procedure aan het kortste eind trok. Deze maand wordt een casus besproken waarin de koper wel succes heeft.

De procedure: de rechtsgronden

Aangezien het inschakelen van de advocaat evenmin een minnelijke oplossing tot gevolg heeft, gaat de advocaat over tot het opstarten van een procedure. Kort door de bocht vordert Bart dat Emma het paard terug moet nemen en de koopprijs aan hem moet terugbetalen. Daarnaast vordert hij een schadevergoeding (vergoeding van de stallingskosten en dierenartskosten e.d.) van Emma. Bart heeft voor zijn vorderingen de volgende rechtsgronden aangevoerd:

Non-conformiteit
Bart is van mening dat het paard niet aan de overeenkomst beantwoordt. Het paard bezit volgens hem niet de eigenschappen die een sportpaard moet bezitten. Volgens hem is het paard ongeschikt als sportpaard omdat het paard last heeft van kreupelheid. Uit de onderzoek van de diverse dierenartsen blijkt dat het paard last heeft van een onbehandelbaar gebrek dat reeds voor de levering al bij het paard aanwezig was.

(korte samenvatting non-conformiteit: het paard beantwoordt niet aan de overeenkomst. Het paard bezit niet de eigenschappen die men mag verwachten.)

Bedrog
Bart is van mening dat Emma opzettelijk een onjuiste mededeling heeft gedaan. Emma heeft namelijk niet gemeld dat het paard last had van kreupelheid.

(korte samenvatting bedrog: iemand wordt tot een rechtshandeling bewogen, in dit geval het sluiten van de koopovereenkomst, door opzettelijk onjuiste mededelingen, opzettelijke verzwijging of een andere kunstgreep)

Dwaling
Bart voert aan dat indien hij geweten had dat het paard last had van kreupelheid, hij nooit de koopovereenkomst had gesloten.

(korte samenvatting dwaling: er is sprake van een verkeerde voorstelling van zaken. Zonder deze onjuiste voorstelling van zaken had men niet de koopovereenkomst gesloten. De verkeerde voorstelling kan bijvoorbeeld komen door onjuiste inlichtingen, ongeoorloofd zwijgen of doordat de koper en de verkoper van onjuiste feiten uitgingen.)


De procedure: het verweer van Emma

Emma voert kort samengevat als verweer dat het paard tijdens de klinische keuring op 11 september 2007 volledig is goedgekeurd. Het paard voldeed aldus aan eisen ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst. 
Tevens geeft Emma aan dat zij niet wist dat het paard last had van kreupelheid. Zij heeft het paard getraind toen het bij haar op stal stond en volgens haar was het paard destijds volledig in orde. De klachten moeten volgens haar dan ook na de levering zijn ontstaan.
Zij is door Bart nimmer op de hoogte gebracht van de specifieke problemen met het straalbeen en betwist dat Bart haar een e-mail m.b.t. de kreupelheid heeft gestuurd. Verder zou uit de uitgevoerde onderzoeken onvoldoende het verband blijken tussen de straalbeenproblemen en de kreupelheid.


De procedure: de beoordeling door de rechter

Ontbinding van de overeenkomst
Een paard voldoet niet aan de overeenkomst indien het gelet op de aard van de zaak en de mededelingen van de verkoper, niet de eigenschappen bezit die de verkoper van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat het paard de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik en het overeengekomen bijzonder gebruik nodig zijn. Een bijzonder gebruik is bijvoorbeeld sport of fokkerij.
In de wet is een bewijsvermoeden opgenomen. Indien een gebrek zich binnen zes maanden na de levering openbaart, dan wordt vermoed dat dit gebrek ten tijde van de levering al aanwezig was.
Dit bewijsvermoeden helpt Bart dus in zijn bewijslevering. Dit is echter iets anders dan een 'garantie'.
Van belang is dat het paard door het gebrek ongeschikt is voor het gebruiksdoel en dat het gebrek al voor de levering bij het paard aanwezig was.
Bart heeft ter motivering dat de kreupelheid door de straalbeenproblemen wordt veroorzaakt, uiteengezet dat het paard na de verdoving van het been een aanzienlijke verbetering van de kreupelheid vertoonde. Hieruit en uit de diverse verklaringen van de dierenartsen blijkt dat de kreupelheid door de straalbeenproblemen wordt veroorzaakt. Emma heeft niet weersproken dat het paard al een dag na de levering kreupel liep. 
Gelet op het bewijsvermoeden uit de wet kan, nu de kreupelheid binnen zes maanden na de levering aan het licht is gekomen, worden aangenomen dat het gebrek reeds voor de levering bij het paard aanwezig was. 
De rechter is van mening dat Emma haar verweer onvoldoende heeft onderbouwd en daarom niet zal worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De rechter is van mening dat Bart zijn stelling dat het paard het gebrek al voor de levering had, door het aanleveren van de diverse dierenartsverklaringen, voldoende heeft gemotiveerd.

Het verweer van Emma dat zij geen wetenschap had van het gebrek slaagt niet, aangezien wetenschap niet vereist is bij non-conformiteit.
Het verweer dat het gebrek zich voor de levering nog niet had geopenbaard slaagt evenmin. Dat een gebrek zich nog niet voor de levering heeft geopenbaard wil immers niet zeggen dat het gebrek niet reeds aanwezig was (Kreupelheid is het symptoom van de straalbeenproblemen. De straalbeenproblemen waren al aanwezig voor de levering, maar de symptomen (kreupelheid) werden pas zichtbaar na de levering toen de straalbeenproblemen zich verder gingen ontwikkelen.).

De koper heeft een klachtplicht indien hij ontevreden is over een aangekocht paard. Hij moet tijdig zijn klachten kenbaar maken bij de verkoper. 
Ten aanzien van het verweer van Emma, dat Bart haar niet in kennis heeft gesteld van het straalbeenprobleem en haar betwisting van het ontvangen van de e-mail van Bart, merkt de rechter op dat uit de wet volgt dat een klacht tijdig is binnen een termijn van twee maanden na het ontdekken van het gebrek. Tijdens de zitting is naar aanleiding van een telefoonspecificatie naar voren gekomen dat Bart en Emma op 14 september 2007 telefonisch contact hebben gehad. Emma heeft tijdens de zitting onweersproken gelaten dat in het telefoongesprek gesproken is over het gebrek. De rechter komt daarom tot de conclusie dat Bart tijdig bij Emma heeft geklaagd.

De rechter wijst de vordering tot ontbinding van de overeenkomst van Bart toe op grond van non-conformiteit en verplicht Emma tot terugname van het paard en terugbetaling van de koopprijs ad € 5.000,--. Aangezien het beroep van Bart op non-conformiteit slaagt, gaat de rechter niet in op de rechtsgronden dwaling en bedrog.

Schadevergoeding
De door Bart gevorderde schadevergoeding (o.a. vergoeding van de kosten voor dierenarts, hoefsmid en stalling), wijst de rechter toe voor zover Bart deze kosten met rekeningen en specificaties kan onderbouwen.


Proceskosten
Emma wordt verder tevens als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Conclusie
Bovenstaand artikel is geschreven om te schetsen hoe een procedure er ongeveer uit kan zien indien een koper ontevreden is met een aangekocht paard. Een procedure zal veelal bestaan uit een aantal schriftelijke rondes, een zitting en eventueel uitgebreid met bijvoorbeeld (voorlopige) getuigenverhoren en/of een (voorlopig) onderzoek door een deskundige. Een en ander zal per situatie verschillen net als hetgeen de partijen aan zullen voeren en moeten bewijzen. De juridische materie is slechts beknopt besproken en zal per geval verschillen. U kunt daarom ook geen rechten aan bovenstaande artikel ontlenen.

Als inspiratie voor bovenstaande artikel is een daadwerkelijk gewezen uitspraak (ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1714) gebruikt. De casus en de procedure behorende bij deze uitspraak zijn in dit artikel slechts verkort (en dus niet volledig) weergegeven. Eventuele overeenkomsten met namen berusten puur op toevalligheid.


Geschreven door: advocaat Femke de Reus

Mocht u zelf tegen een juridisch (hippisch) probleem aan lopen, schroom dan niet om contact op te nemen via 0592- 269 881 of contact@reusadvocatuur.nl

REUS