Voorbeeld alimentatieberekening Pim & Greet (kinderalimentatie en partneralimentatie)

Voorbeeld Alimentatieberekening Pim & Greet

(Dit artikel en de berekening sluiten aan bij het artikel Paardenhouderij & familierecht(deel I) ' de start van de echtscheidingsprocedure' gepubliceerd op www.startlijsten.nl)

In dit artikel zal een casus met alimentatieberekening worden besproken. Op dergelijke wijze krijgt u als lezer een beeld van de stappen die in een alimentatieberekening worden genomen.

 

De gezinssituatie en feiten

Pim en Greet zijn inmiddels tien jaar gehuwd en runnen samen een paardenbedrijf. Pim werkt daarnaast op oproepbasis als bewaker. Zij hebben samen twee Luuk (7 jaar) en Sven (9 jaar).

Greet wil van Pim scheiden en verzoekt de rechter om zowel de kinder- als de partneralimentatie vast te laten stellen. Pim en Greet wonen inmiddels al niet meer in hetzelfde huis.

De volgende feiten spelen een rol:

het paardenbedrijf zorgt voor een maandinkomen van gemiddeld € 2.000,-- netto voor zowel Pim als Greet.

Pim verdient gemiddeld € 1.200 netto per maand met zijn werk als bewaker.

Tussen Pim en de kinderen is een omgangsregeling van een weekend per 14 dagen, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen.

Gedurende de echtscheidingsprocedure logeert Pim tijdelijk bij zijn broer.

Gedurende de echtscheidingsprocedure voldoet Pim de lasten van de echtelijke woning. Vanwege de lage hypotheek bedragen deze lasten slechts € 300,-- per maand.

Pim zijn maandelijks zorgverzekeringspremie bedraagt € 120,--.

Greet ontvangt € 400,-- per maand aan Kindgebonden Budget (hierna: ' KGB'). Aangezien zij met Pim nog een fiscaal partnerschap vormt, ontvangt zij nog geen eenouderkop.

 

De kinderalimentatie

Voor het vaststellen van de kinderalimentatie moeten een aantal stappen worden doorlopen.

 

Stap 1: vaststellen netto besteedbaar gezinsinkomen

inkomen Pim bedrijf € 2.000,-- netto

inkomen Greet bedrijf € 2.000,-- netto

inkomen Pim bewaker € 1.200,-- netto

Totaal € 5.200,-- netto

(Voor het gemak wordt in dit artikel gerekend met het netto inkomen en geen rekening gehouden met de fiscale voordelen van de woning, premies en eventuele heffingskortingen.)

 

Stap 2: berekenen behoefte kinderen aan de hand van behoeftetabel

Met 'behoefte' wordt aangegeven wat een kind per maand kost. In Nederland wordt dit vastgesteld aan de hand van standaard modellen. Als ouder hoef je dus niet exact aan de hand van bonnetjes en uitgaven te berekenen wat een kind kost, maar kan je de behoefte uit een tabel afleiden.

De tabelbehoefte is afhankelijk van het inkomen. Een kind uit een welvarend gezin heeft een hogere behoefte dan een kind uit een gezin dat minder welvarend is. Veelal zal er in de praktijk een verschil zijn in bijvoorbeeld de kosten van sport (paardrijden vs. voetbal) en kleding ( merk vs. Merkloos).

Uit de vastgestelde NIBUD behoefte tabel blijkt dat Sven en Luuk een totaalbehoefte hebben van € 1.250,-- per maand.

 

Stap 3: berekenen eigen aandeel ouders

Het ' eigen aandeel ouders' geeft het bedrag aan dat ouders uit hun eigen portemonnee bij moeten dragen in de behoefte van de kinderen. Middels KGB en de eenouderkop, voorziet de Staat al deels in de behoefte van de kinderen.

Behoefte kinderen € 1.250

KGB € 400,--

Eigen aandeel ouders € 850,--

Pim en Greet moeten samen dus € 850,-- betalen.

 

Stap 4: berekenen draagkracht van de ouders

Met 'draagkracht' wordt aangegeven hoeveel ouders financieel bij kunnen dragen ten behoeve van de kinderen.

Sinds 1 april 2013 wordt de draagkracht bepaalt aan de hand van een formule. In deze formule wordt uitgegaan van standaard bedragen. Voor 1 april 2013 moest men ieder bedrag specifiek aantonen. Indien iemand meer lasten heeft die in de formule zijn verwerkt, dan kan men de rechter verzoeken om een aanvaardbaarheisdtoets uit te voeren.

De algemene formule is:

70% (netto besteedbaarinkomen – (0,3 x netto besteedbaar inkomen + € 875))

(Het percentage en het bedrag van € 875,-- kan afhankelijk van inschaling in een andere inkomenscategorie anders uitvallen.)

De draagkracht van Pim is dus:

70% (€ 3.200,-- – (0,3 x € 3.200,-- + € 875)) = € 955,50

De draagkracht van Greet is dus:

70% ( € 2.000,-- – (0,3 x € 2.000,-- + € 875)) = € 367,50

Totale draagkracht € 1.323,--

(Voor het gemak wordt in dit artikel gerekend met het netto inkomen en geen rekening gehouden met de fiscale voordelen van de woning, premies en eventuele heffingskortingen)

 

Stap 5: het maken van een draagkracht vergelijking

Indien de ouder genoeg draagkracht hebben om in het eigen aandeel ouders te kunnen voorzien, dan kan er een draagkracht vergelijking. Ouders moeten naar rato van hun draagkracht in het eigen aandeel ouders bijdragen. Indien er te weinig draagkracht is dan zal er geen draagkrachtvergelijking worden gemaakt en moeten de ouders conform hun draagkracht in het eigen aandeel ouders bijdragen.

Een draagkracht vergelijking kan als volgt worden gemaakt:

draagkracht ouder/ totale draagkracht ouders x eigen aandeel ouders = aandeel ouder

Het aandeel van Pim is:

€ 955,50 / € 1.323 x € 850 = € 612,--

Het aandeel van Greet is:

€ 367,50/ € 1.323 x € 850 = € 238,--

Uit bovenstaande blijkt dat Pim € 612,-- moet bijdrage in de kosten van de kinderen.

 

Stap 6: berekenen van de zorgkorting

Uitgaande van de situatie dat de kinderen bij de vrouw woenen en de man een omgangsregeling heeft, dan heeft de man recht op een zorgkorting. De dagen dat de kinderen bij de man verblijven, maakt de man namelijk kosten voor de kinderen (eten, drinken, uitjes, water, enzovoort). Terwijl de kinderen bij de man zijn, heeft de vrouw deze kosten niet.

De zorgkorting bedraagt een percentage van het eigen aandeel ouders. Het percentage is afhankelijk van de omvang van de omgangsregeling. Allen als er geen tekort is in de draagkracht kan de zorgkorting volledig in aftrek worden gebracht. Indien e wel sprak is van een tekort in de draagkracht, dan men slecht de zorgkorting minus de helft van het tekort in de draagkracht in mindering brengen. Het tekort wordt dan over beide ouders verdeeld.

1 dag per week 15%

2 dagen per week 25%

3 dagen per week 35%

Pim heeft een omgangsregeling van een weekend per 14 dagen, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen en daarmee recht op een korting van 25 %.

Dit geeft de volgende korting:

€ 850 x 0,25 = € 212,50

Pim moet dus aan Greet het volgende betalen:

€ 612 – € 212,50 = € 399,50 is € 199,75 per kind per maand.

 

Partneralimentatie

Greet wenst ook partneralimentatie te ontvangen. Ook bij de berekening van de partneralimentatie moeten een aantal stappen worden doorlopen.

 

Stap 1: berekenen van de behoefte

Met behoefte wordt bedoelt welk bedrag Greet maandelijks nodig heeft om zichzelf te kunnen onderhouden. De berekening van de behoefte t.b.v. partneralimentatie kan als volgt:

netto besteedbaar gezinsinkomen – kosten van de kinderen (eigen aandeel ouders) x 60%

Het rekenen met de 60% wordt de Hof-formule genoemd. In de praktijk kan van bovenstaande berekening worden afgeweken. De Hof-formule wordt echter wel meestal toegepast.

De behoefte van Greet is:

€ 5.200,-- – € 850 x 60% = € 2.610,--

 

Stap 2: het berekenen van de behoeftigheid/aanvullende behoefte

Met behoeftigheid wordt aangegeven in welke mate iemand niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. De eigen inkomsten worden dan van de behoefte afgetrokken. Wat vervolgens resteert is de behoeftigheid van iemand.

De behoeftigheid/aanvullende behoefte van Greet is:

€ 2.610 – € 2.000,-- = € 610,--

 

Stap 3: het berekenen van de draagkracht

Het berekenen van de draagkracht t.b.v. de partneralimentatie gaat anders in zijn werk dan m.b.t. de kinderalimentatie.

De berekening van de draagkracht gaat kort samengevat als volgt:

bijstandsnorm + lasten niet door bijstandsnorm gedekt = draagkrachtloos inkomen.

netto besteedbaar inkomen – draagkrachtloos inkomen = draagkrachtruimte

draagkrachtruimte x 60 % = draagkracht

Vervolgens moet nog rekening worden gehouden met de kinderalimentatie die de man voldoet.

Voor Pim geeft dit de volgende berekening:

bijstandsnorm € 961,--

woonlasten € 300,--

in bijstandsnorm opgenomen component woonlasten - € 114,--

zorgpremie € 120,--

draagkrachtloosinkomen € 1.267,--

draagkrachtruimte

€ 3.200 – € 1.267 = € 1.705,--

draagkracht

€ 1.705 x 60% = € 1023,--

€ 1023 - € 399,50 = € 623,50

Pim moet dus € 610,-- netto per maand aan partneralimentatie aan Greet betalen. In de praktijk zal er echter brutering (van netto naar bruto) van het alimentatiebedrag plaatsvinden en rekening worden gehouden met de fiscale aftrekbaarheid van de te betalen alimentatie.

De regel is dat het laagste bedrag van de behoefte en de draagkracht de grens is van het te betalen bedrag.

 

Hoe een berekening er in werkelijkheid uit ziet is uiteraard afhankelijk van de omstandigheden die per geval verschillen. De juridische materie is slechts beknopt besproken en zal per geval verschillen. U kunt daarom ook geen rechten aan bovenstaande artikel ontlenen.

Mocht u zelf tegen een juridisch probleem aan lopen of in een echtscheiding zijn betrokken, schroom dan niet om contact op te nemen via 0592- 269 881 of contact@reusadvocatuur.nl

Geschreven door: advocaat Femke de Reus